Wanneer een van de ouders borderline heeft, is de kans dat hun kind ook borderline ontwikkelt vijf keer zo groot als bij kinderen waar de stoornis niet in de directe familie voorkomt.
De borderline-persoonlijkheidsstoornis uit zich meestal in de adolescentie (jongvolwassenheid). Voor de oorzaken bestaat geen hard bewijs, maar er zijn wel aanwijzingen dat zowel genetische factoren als omgevingsfactoren een rol kunnen spelen. Volgens het DSM is de kans op de stoornis vijf keer zo groot indien de aandoening ook bij naaste familieleden voorkomt.
Algemeen wordt aangenomen dat deze factoren, in combinatie met de sociale omgeving bepalend zijn voor het ontstaan en verloop. Het is niet bewezen dat traumatische gebeurtenissen in de jeugd verantwoordelijk zijn, maar een hoog percentage BPS-lijders meldt wel degelijk seksueel misbruik of emotionele verwaarlozing in de jeugd.Door deze verwaarlozingen zijn er hechtingsstoornissen ontstaan. Als dat zo is, hangt het van je omgeving (familie etc.) af of je het al dan niet ontwikkelt. Heb je een veilige, stabiele, liefdevolle omgeving, dan is de kans klein dat je het ontwikkelt. Mankeren er zaken aan je omgeving, dan is de kans veel groter. Als je het ontwikkelt, gebeurt dat meestal al in de vroege jeugd. Borderline is deels erfelijk. In sommige families de stoornis simpelweg veel voor,
