Op 29 maart 1994 werd R. door de rechtbank in Utrecht veroordeeld tot een celstraf van 5 jaar en een boete van bijna 1,5 miljoen gulden.
R. werd op 1 december 1994 door het gerechtshof in Amsterdam op vrije voeten gesteld, samen met Frans M. en Walter D..Het hof oordeelde dat de CID Utrecht bewust een aantal inkijkoperaties had verzwegen voor het OM en daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard. Tijdens de behandeling voor de rechtbank in Utrecht had het OM verklaard dat er geen inkijkoperaties hadden plaatsgevonden. Kort voor de behandeling bij het gerechtshof kwamen processen-verbaal boven water waaruit bleek dat de CID in 4 loodsen in Muiden en Landsmeer had ingebroken op zoek naar informatie.
R. werd wel tot een maand celstraf veroordeeld het bezit van een vuurwapen en een plak hasj.
Het gerechtshof veroordeelde R. alleen voor verboden wapenbezig en het bezit van 1 kilo hasj. Hij kreeg daarvoor 2 maanden celstraf en 1000 gulden boete. Op 18 maart 1995 liet de advocaat van R. weten dat zijn cliënt bereid was om met de fiscus een regeling te treffen over de betaling van de belastingschuld.