Aan het eind van 1993 ontdekten politie en justitie in Amsterdam wat er gaande was in Haarlem. Kort daarop werd besloten het onderzoek naar de Delta-organisatie te staken en om het gehele IRT te ontbinden. Dit resulteerde begin 1994 in een vuile oorlog tussen de politiekorpsen die deelnamen aan het IRT, met name Amsterdam, Utrecht en Haarlem. De top van de Amsterdamse politie werd publiekelijk beschuldigd van verregaande corruptie. Ook politiek ontstond de nodige opschudding. Minister van Binnenlandse Zaken Van Thijn en Minister van Justitie Hirsch Ballin werden door de tweede kamer gedwongen af te treden op 27 mei 1994.
